// KLASSEN Korte uitleg over het brandstofvliegen.
 
In deze tak van de modelbouw onderscheiden wij twee klassen, te weten:

Radio Multi A:
Deze klasse heeft op radiobesturing geen beperkingen.

Radio Multi B:
Deze klasse heeft in tegenstelling tot de Multi A klasse op radiobesturing wel beperkingen; alleen op richtingsroer, hoogteroer en motor zijn toegestaan, dus geen ailerons.

Bij eerdere voorschriften van de F.N.L. (Federatie van Nederlandse Luchtvaart Clubs), Hier vielen tot enkele jaren geleden vele clubs onder, werden de volgende technische voorschriften aangewend:

Totaal oppervlak : max. 150 dm2.
Gewicht : max. 5 kg.
Opp. belasting : max. 75 g/dm2.
Opp. belasting : min. 12 g/dm2.
Motor : max. 10 cc.


Hierbij gold en geldt nog steeds dat elke verbrandingsmotor voorzien moet zijn van een goede demper.

Jury:
Jury bestaat tijdens onze wedstrijden uit minimaal 3 personen. Echter indien er maar 2 personen (Jury-leden) aanwezig zijn vervalt de minimum eis om een wedstrijd toch te kunnen laten doorgaan.

Aantal vluchten:
Een wedstrijd bestaat uit drie wedstrijdvluchten per deelnemer. Aan het einde van de wedstrijd worden per deelnemer de beste twee van drie gevlogen ronden meegerekend in het eindtotaal, dit wordt gedaan omdat als je een slechte ronde doormaakt (Bijv. slecht weer of te harde wind) dit niet bepalend is voor de eindscore.

Programma:
Figuur Tekening Uitleg
Start met 90° bocht,
Multi A en B (Multi B mag ook een handstart maken i.p.v. een grondstart.
Model wordt op de startbaan geplaatst en stijgt op. Dan draait het (onmiddelijk) 90°, dwars op de windrichting, weer 90° (met de wind mee), vervolgens weer 90° (dwars op de wind), weer 90°, zodat men tegen de wind in weer over de startplaats vliegt. Deze bochten zijn allen dezelfde richting uit, zodat men in totaal op 360° uitkomt.
Procedure turn,
Multi A en B
Horizontale vlucht rechtuit ca. 3 sec. Bocht 90° naar links direct gevolgd door een bocht van 270° naar rechts, waarbij men uitkomt waar men de 90° bocht is gestart. Model moet dezelfde hoogte houden. Het figuur eindigt in tegengestelde richting t.o.v. de beginrichting.
Drie lussen achterover,
Multi A en B (hierbij geldt voor Multi B 2 i.p.v. 3 lussen)
De lussen dienen vanzelfsprekend een constante straal te hebben en moet geheel in één plat vlak gevlogen worden. De lus start en eindigt op een vastgestelde rechte lijn die, voor een complete lus, horizontaal moet zijn. De diameter van de lus is niet bepaald.
Cubaanse acht,
Multi A
Model trekt op in een looping achterover, vliegt deze door tot het model in een hoek van 45° achterover naar beneden vliegt, maakt dan een halve rol links- of rechtsom, gevolgd door een tweede looping achterover, weer tot een vliegrichting naar beneden onder een hoek van 45°, opnieuw gevolgd door een halve rol en vliegt de figuur uit in een horizontale vlucht.
Wingover,
Multi A en B
Vanuit horizontale vlucht verticaal omhoog, vaart minderen, vervolgens over een tip wegvallen. Dit wegvallen mag niet tijdens het stijgen. Het figuur moet verticaal in één lijn liggen, het toestel mag niet wegrolen. Verticaal omlaag en op dezelfde horizontale lijn uitkomen van waar men gestart is.
Rugvlucht,
Multi A
Model vliegt horizontaal op de rug gedurende ca. 5 sec.
Twee lussen voorover,
Multi A
Model duikt en maakt vervolgens twee lussen voorover (Zie beschrijving lussen bovenaan)
Spin-drie slagen,
Multi A
Model kiest koers, neemt eventueel gas terug en wordt met de neus omhoog gehouden tot het overtrekt en in een tolvlucht raakt. Het model moet in autorotatie drie slagen maken en herstellen tot horizontale vlucht in een koers die dezelfde is en op een hoogte die lager is dan aan het begin van de figuur.
Horizontale acht,
Multi A en B
Start tegen de windrichting in. Gevolgd door een bocht van 360° naar links, opgevolgd door een bocht van 360° naar rechts. Start en einde in dezelfde rechte lijn, zelfde plaats, zelfde hoogte.
Doorstart,
Multi B
Model komt binnen zoals bij een landing, maakt vervolgens op teruggenomen gas de landing, rolt enkele meters door en start vervolgens weer door. Dit alles in een vloeiende beweging.
Landingscircuit/Landing,
Multi A en B
Met teruggenomen gas voert het model een dalende of horizontale bocht van 180° uit tot een rugwind koers, vliegt een dalend rugwind been en draait dan 180° in de wind. Het model nadert in een dalende vlucht de landingsbaan en raakt de grond binnen de landingszone. De landingsprocedure eindigt wanneer het model 10 meter is uitgerold.


Na het uitvoeren, drie maal, van dit programma wordt er na elke vlucht een algemene beoordeling gegeven aan de vlieger. Hierbij wordt gekeken naar het vlieggedrag van de vlieger tijdens en tussen de figuren in. Verder geldt bij Multi A en B nog het aantal meters tot de stip, deze worden gemeten na het uitrollen van het model van 10 meter.