| Figuur |
Tekening |
Uitleg |
Start met 90° bocht,
Multi A en B (Multi B mag ook een handstart maken i.p.v.
een grondstart.
|  |
Model wordt
op de startbaan geplaatst en stijgt op. Dan draait het (onmiddelijk)
90°, dwars op de windrichting, weer 90° (met de wind mee),
vervolgens weer 90° (dwars op de wind), weer 90°, zodat
men tegen de wind in weer over de startplaats vliegt.
Deze bochten zijn allen dezelfde richting uit, zodat men
in totaal op 360° uitkomt. |
Procedure turn,
Multi A en B |
 |
Horizontale
vlucht rechtuit ca. 3 sec. Bocht 90° naar links direct
gevolgd door een bocht van 270° naar rechts, waarbij men
uitkomt waar men de 90° bocht is gestart. Model moet
dezelfde hoogte houden. Het figuur eindigt in
tegengestelde richting t.o.v. de beginrichting. |
Drie lussen
achterover,
Multi A en B (hierbij geldt voor Multi B 2 i.p.v. 3
lussen) |
 |
De lussen
dienen vanzelfsprekend een constante straal te hebben en
moet geheel in één plat vlak gevlogen worden. De lus
start en eindigt op een vastgestelde rechte lijn die,
voor een complete lus, horizontaal moet zijn. De
diameter van de lus is niet bepaald. |
Cubaanse
acht,
Multi A |
 |
Model trekt
op in een looping achterover, vliegt deze door tot het
model in een hoek van 45° achterover naar beneden vliegt,
maakt dan een halve rol links- of rechtsom, gevolgd door
een tweede looping achterover, weer tot een
vliegrichting naar beneden onder een hoek van 45°,
opnieuw gevolgd door een halve rol en vliegt de figuur
uit in een horizontale vlucht. |
Wingover,
Multi A en B |
 |
Vanuit
horizontale vlucht verticaal omhoog, vaart minderen,
vervolgens over een tip wegvallen. Dit wegvallen
mag niet tijdens het stijgen. Het figuur moet verticaal
in één lijn liggen, het toestel mag niet wegrolen.
Verticaal omlaag en op dezelfde horizontale lijn
uitkomen van waar men gestart is. |
Rugvlucht,
Multi A |
 |
Model vliegt horizontaal op de rug gedurende ca. 5 sec.
|
Twee lussen
voorover,
Multi A |
 |
Model duikt
en maakt vervolgens twee lussen voorover (Zie
beschrijving lussen bovenaan) |
Spin-drie
slagen,
Multi A |
 |
Model kiest
koers, neemt eventueel gas terug en wordt met de neus
omhoog gehouden tot het overtrekt en in een tolvlucht
raakt. Het model moet in autorotatie drie slagen maken
en herstellen tot horizontale vlucht in een koers die
dezelfde is en op een hoogte die lager is dan aan het
begin van de figuur. |
Horizontale
acht,
Multi A en B |
 |
Start tegen
de windrichting in. Gevolgd door een bocht van 360° naar
links, opgevolgd door een bocht van 360° naar rechts.
Start en einde in dezelfde rechte lijn, zelfde plaats,
zelfde hoogte. |
Doorstart,
Multi B |
 |
Model komt
binnen zoals bij een landing, maakt vervolgens op
teruggenomen gas de landing, rolt enkele meters door en
start vervolgens weer door. Dit alles in een vloeiende
beweging. |
Landingscircuit/Landing,
Multi A en B |
 |
Met
teruggenomen gas voert het model een dalende of
horizontale bocht van 180° uit tot een rugwind koers,
vliegt een dalend rugwind been en draait dan 180° in de
wind. Het model nadert in een dalende vlucht de
landingsbaan en raakt de grond binnen de landingszone.
De landingsprocedure eindigt wanneer het model 10 meter
is uitgerold. |