| // KLASSEN
Korte uitleg over het electrovliegen.
|
| |
De afgelopen jaren heeft het elektro vliegen een enorme ontwikkeling doorgemaakt en nu is deze vorm van modelvliegen
niet meer weg te denken. Waren het in de tachtiger jaren vooral zwevers die elektrisch aangedreven de lucht in gingen
zijn het nu allerlei modellen die elektrisch aangedreven worden. Ontwikkelingen hebben plaatsgevonden op het gebied
van accu’s en laders, motoren en regelaars. Tegenwoordig doen elektrisch aangedreven modellen in prestaties niet meer
onder voor brandstof modellen
Nog steeds is het elektrisch aandrijven van zweefmodellen een uitkomst voor velen. De aandrijving is stil, schoon en
kan eenmaal op hoogte uitgeschakeld worden waardoor het echte zweven kan beginnen. De aandrijving kan afgestemd worden
op het model waardoor deze rustig en statig kan stijgen tot raketachtige stijgvluchten waarbij het model verticaal in
enkele seconden stijgt tot de gewenste hoogte. De regel hierbij is dat “sneller” en “groter” meer investering vergt in
betere techniek. Meest toegepast zijn aandrijvingen met 2 tot 3 lithium polymeer cellen in serie waardoor de investering
in motor, regelaar, accu en lader in de lagere prijsklassen valt.
Enkele technische gegevens van een dergelijk doorsnee model: spanwijdte 2 meter, totaal vlieggewicht 1500 gram waarvan
motor 150 gram, regelaar 35 gram, accu 3 cellen lithium polymeer 2200mAh 180 gram. Motor looptijd 3 minuten en een totale
vliegtijd van 20 minuten zonder thermiek. Wanneer dan meerdere accu’s ingezet worden kan een middag gevlogen worden zonder
te laden. Zeker als de piloot gebruik kan maken van aanwezige thermiek.
Het voordeel van elektrisch aangedreven zweefmodellen is het onafhankelijk zijn van de gebruikelijke startmethoden als
lier, elastiek of slepen en er kunnen meerdere stijgvluchten gemaakt worden op 1 acculading. Binnen de ELC wordt het
zogenaamde electrozweven veel beoefend en worden ook in clubverband wedstrijden georganiseerd in deze klasse.
Bestaande motormodellen en speciaal voor dit doel gebouwde motormodellen worden ook steeds vaker elektrisch aangedreven.
Het gewicht van accu’s is sinds de komst van de lithium polymeer accu geen issue meer en vaak zijn de elektrisch
aangedreven modellen lichter in gewicht dan de brandstof evenbeelden. Reden hiervoor is het ontbreken van bij brandstof
motoren aanwezige motortrillingen waardoor het vliegtuig veel lichter gebouwd kan worden. Motormodellen vragen meer
energie dan zweefmodellen door de grotere luchtweerstand van romp en vleugel. Doorgaans zijn hier grotere motoren en
dito regelaar, accu’s en laders toegepast waardoor de kosten wat hoger zijn en de vluchten korter dan bij zweefmodellen.
Technische gegevens van een elektro motormodel: Spanwijdte 140 centimeter, totaal vlieggewicht 2600 gram waarvan motor 300 gram,
regelaar 50 gram, accu 5 cellen Lithium polymeer 4000 mAh 500 gram. Motor looptijd 6 minuten volgas en een totale vliegtijd van
15 minuten wanneer niet volgas gevlogen wordt. Om een middag te vliegen met een motormodel zijn meerdere accu’s nodig of een
lader om op het veld te laden.
Momenteel zijn elektrisch aangedreven motormodellen tot een spanwijdte van ca 150cm veel in gebruik. Grotere modellen worden
doorgaans met een verbrandingsmotor uitgerust. Technisch gezien is er geen limiet echter de kosten lopen flink op naarmate de
aandrijving krachtiger moet zijn. Niet alleen de motor maar ook regelaar, accu’s en lader moeten dan navenant groter worden.
Bij de zwaardere aandrijvingen komt ook een probleem wanneer de accu’s “op het veld” bijgeladen worden. Er is geen
stroomaansluiting aanwezig en men moet vanuit meegebrachte stationaire accu’s laden of aansluiten op de autoaccu. De hoeveelheid
energie die aan zo’n accu kan worden onttrokken heeft nu eenmaal zijn beperkingen.
Voor allerlei kleine modellen is elektrisch aandrijven een uitkomst. Elektro aandrijvingen worden steeds kleiner en een
complete aandrijfset hoeft niet meer dan enkele grammen te wegen. Zo worden indoor modellen mogelijk, allerlei “fun”modellen
en schaal modellen, alles elektrisch aangedreven. De variatie is enorm en te bewonderen op een willekeurige vliegdag op de
Edese heide.
Clubwestrijden
De Edese luchtvaart club organiseert ook een aantal clubwedstrijden voor elektromodellen. Hieronder volgt het wedstrijdprogramma
voor elektromodellen zoals dat sinds 2003 gevlogen wordt.
Algemeen:
Deelnemers dienen lid te zijn van de Edese Luchtvaart Club dan wel uitgenodigd door het bestuur van de vereniging om deel te
nemen aan de wedstrijd.
De deelnemers dienen in het bezit te zijn van PTT / RCD goedgekeurde zendapparatuur op een lokaal toegestane frequentie. In geval
van afwijkende frequenties (frequenties welke wel door de RCD zijn vrijgegeven voor de modelbouw maar niet vermeld zijn op het
frequentiebord) mag alléén gevlogen worden met uitdrukkelijke toestemming van de wedstrijdleiding, het vliegen op deze frequenties
geschiedt echter geheel op eigen risico van de deelnemer.
Met betrekking tot het gebruik van het modelvliegterrein de vliegveiligheid zijn de op dat moment meest recente VEM veldreglement
en FNL wedstrijdreglement van toepassing.
Op basis hiervan is de wedstrijdleiding en/of bestuur gemachtigd deelnemers met afwijkend (vlieg)gedrag of modellen met technische
gebreken uit de wedstrijd te nemen.
Technische voorschriften:
Model en apparatuur dienen te voldoen aan de op dat moment geldende wettelijke eisen voor radiografische modelvliegtuigen met vaste
vleugel (geen heli’s).
Het model dient te zijn voorzien van een propeller (of impeller) welke wordt aangedreven door een elektromotor.
De deelnemer is vrij in de keuze van:
- type model (traditioneel model, staartloos model, eendmodel of andersoortig)
- vaste propeller of klappropeller
- motorkeuze
- accu’s (aantal cellen en capaciteit van de cellen)
- aantal bestuurbare functies
- duur van de motorloop
- het al of niet gebruiken van de motor tijdens het uitvoeren van het programma
Elke deelnemer krijgt voor het vliegen van zijn programma 10 minuten de tijd om zijn vlucht voor te bereiden en te vliegen, te
beginnen vanaf het moment dat de vlieger van de wedstrijdleiding te horen krijgt dat hij zijn dat hij zijn zender kan ophalen
tot het moment dat het model is geland is.
Jurysamenstelling:
De jury dient uit minimaal 2 of maximaal 3 leden te bestaan. In geval van een 2-mans jury is de stem van de voorzitter van de jury beslissend.
Programma:
1e ronde:
| Start procedure | K = 10 |
| 10 seconden rechtuit | K = 10 |
| Procedure turn | K = 10 |
| Horizontale acht | K = 15 |
| 2 loopings achterover | K = 20 |
| Laag vliegen: |
| 1) 0-0.75 m boven grond op meetpunt | 100 punten |
| 2) 0.75-1.5 m boven grond op meetpunt | 50 punten |
| 3) boven 1.5 m boven de grond op meetpunt | 0 punten |
| 4 wisselbochten | K = 20 |
| Hoge bocht | K = 15 |
| Landingscircuit | K = 10, gevolgd door doellanding. |
| Afstand (stil liggend) model tot stip: |
| 0-10 m | 50 punten |
| 10-20 m | 30 punten |
| 20-30 m | 10 punten |
| boven 30 meter | 0 punten |
Als totale score voor ronde 1 wordt de gemiddelde score van de juryleden gehanteerd.
2e ronde:
Tijdvlucht met doellanding:
Totaal te vliegen tijd 150 seconden, hiervoor verkrijgt men 900 punten. Voor elke seconde langer of korter gevlogen dan 150 seconden, worden 6
punten in mindering gebracht. Als tijd geld het moment waarop het model de hand / grond verlaat tot het moment waarop het model de grond
voor het eerst weer raakt. Op het moment van de eerste aanraking met de grond dient de motor uit te zijn en uit te blijven, doorstarten
of doortaxiën is niet toegestaan.
Voor elke meter tussen het (stil liggende) model en de stip, worden 5 punten in mindering gebracht met een maximum van 300 punten.
3e ronde:
Als eerste ronde.
De derde ronde wordt gevlogen indien omstandigheden en tijd het toelaten. E.e.a. te bepalen door de aanwezige juryleden eventueel in
overleg met de vliegers.
Indien er een derde ronde gevlogen wordt, telt voor de totaaluitslag de beste score uit ronde 1 en ronde 3
Toelichting uitvoering ronde 1:
Alle figuren dienen door de vlieger of een helper te worden aangekondigd en te worden afgekondigd. De jury beoordeelt alléén dat gedeelte
van de vlucht dat tussen aan- en afkondiging zit. Elk figuur wordt beoordeeld met een cijfer tussen de 0 en de 10 en vervolgens vermenigvuldigd
met de K-factor. Figuren / onderdelen welke niet zijn aangekondigd, worden niet beoordeeld.
Indien tussentijds een landing wordt gemaakt, dient men de vlucht wederom aan te vangen met de startprocedure. Deze startprocedure wordt
door de jury niet beoordeeld. Vervolgens mag men het programma vervolgen vanaf het punt waar men tussentijds het programma heeft verlaten.
Indien de startprocedure wordt overgeslagen of niet als zodanig voor de jury herkenbaar is, dan wordt de vervolgvlucht niet verder door
de jury beoordeeld en wordt de tussentijdse landing als einde van de eerste ronde voor de desbetreffende vlieger beschouwd.
Model mag zowel vanaf de grond als uit de hand gestart worden. Uit technisch aspect dient de start pas beoordeeld worden vanaf het moment
dat het model geen direct of indirect contact met de grond meer heeft. De start procedure bestaat uit 4 bochten van 90 graden, met
daartussen een recht stuk van ten minste 5 seconden, het rugwindbeen dient minimaal 1,5 * de lengte van het dwarswindbeen te bedragen
en het model dient hierbij geleidelijk te klimmen, en wordt pas beëindigd nadat men de stip in de startrichting gepasseerd is (over de
stip heen vliegen) Afwijkingen op bovenstaande leiden tot puntenaftrek. De wedstrijdleiding bepaalt de richting van de bochten en stelt
de deelnemers hiervan tijdens de briefing op de hoogte.
Model mag in principe niet afwijken van de gekozen lijn. Afwijking van de gekozen lijn als mede onderschreiding van de duur leiden tot
puntenaftrek.
Procedure turn bestaat uit een bocht van 90 graden naar rechts direct gevolgd door een bocht van 270 graden naar links zodat in
tegengestelde richting op dezelfde lijn terug wordt gevlogen. Afwijkingen hierop leiden tot puntenaftrek.
Horizontale acht bestaat uit 1 bocht van 360 gaden linksom onmiddellijk gevolgd door een bocht van 360 graden rechtsom. Het model
dient na beëindiging zijn vlucht op dezelfde lijn voort te zetten. Indien de diameters van de bochten niet even groot zijn, de bochten
geen 360 graden zijn, begin- en eindpunt niet hetzelfde zijn of het model zijn vlucht niet op dezelfde lijn voortzet, leidt dit tot
puntenaftrek.
2 loopings achterover. De lussen dienen volledig rond te zijn, dezelfde diameter te hebben en over elkaar te liggen. Afwijkingen hierop
leiden tot puntenaftrek.
Laag vliegen over het veld. De wedstrijdleiding zet 2 palen neer, elk met een markering op zowel 75 cm als 150 cm boven de grond. 2
hulpjuryleden gaan bij 1 paal staan, 1 man op ooghoogte 75 cm de ander op ooghoogte 150 cm, kijkend naar de markering op de tegenovergelegen
paal op dezelfde hoogte. Het model dient tussen de palen door te vliegen. De hulpjuryleden geven aan of het model boven of onder hun
zichtlijn vliegt.
4 wisselbochten: aangevangen wordt met een bocht van 90 graden naar links, gevolgd door bochten 180 graden rechtsom, 180 graden linksom,
180 graden rechtsom, 180 graden linksom, 90 graden rechtsom. De radius van de bochten moet in principe hetzelfde zijn, na beëindiging
van het figuur moet het model in het verlengde van de oorspronkelijke lijn doorvliegen. Verschillen in radius, afwijkingen van de hoeken
t.o.v. gevraagd en afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke vlieglijn leiden tot puntenaftrek.
De hoge bocht: het model wordt opgetrokken tot de neusstand van het model vertikaal omhoog is, direct gevolgd door een bocht van 180
graden naar links of rechts (naar keuze vlieger, waarbij het model niet zijdelings mag afglijden), zodat de neusstand vertikaal naar
beneden is, direct gevolgd door het optrekken van de neus zodanig dat het model de weg vervolgt tegengesteld aan de oorspronkelijke
vliegrichting en in principe op dezelfde vlieghoogte. Afwijkingen hierop leiden tot puntenaftrek.
Het landingscircuit bestaat uit 4 bochten van 90 graden, met daartussen een recht stuk van ten minste 5 seconden, het rugwindbeen
dient minimaal 1,5 * de lengte van het dwarswindbeen te bedragen en het model dient hierbij geleidelijk te dalen. Het landingscircuit
vangt aan boven de stip, en is pas beëindigd nadat het model de grond heeft geraakt en stil ligt. Afwijkingen op bovenstaande leiden
tot puntenaftrek. De wedstrijdleiding bepaalt de richting van de bochten en stelt de deelnemers hiervan tijdens de briefing op de hoogte.
Indien figuren gevlogen worden zonder lopende motor, mag enig (geleidelijk) hoogteverlies geen negatieve invloed hebben op de beoordeling.
|
| |
|
|
| |
|