| Figuur |
Tekening |
Uitleg |
| Start met bocht van 90° |
|
Met lijnstartmethoden geldt de start gevolgd door een
bocht van 90° naar links of rechts. Bij motorstart moet
het model een gelijkmatige cirkelvormige vliegstijl hebben. |
| 10 sec. rechtuit |
|
Spreekt voor zich, model dient een vlucht te maken van
10 sec. waarbij deze niet afwijkt van zijn ideale, rechte,
lijn. |
| Horizontale acht |
 |
Bocht vanuit rechte horizontale vlucht over 360° naar
links gevolgd door een bocht over 360° naar rechts als men
weer op het beginpunt is aangekomen. Na beëindiging van
het figuur moet de oorspronkelijke vliegrichting vervolgd
worden. |
| Twee loopings achterover |
 |
Model duikt aan en maakt vervolgens twee loopings
achterover. Hierbij dient de projectie in hetzelfde vlak
te liggen en de grootte van de loopings gelijk te zijn.
Model verlaat figuur in dezelfde vliegrichting als start
figuur. |
| Landingscircuit |
 |
Het model komt over de stip en start het
landingscircuit. Maakt vervolgens in een dalende lijn 4
maal een bocht van 90° waarna de landing wordt ingezet. |
| Landing |
|
Logisch gevolg van landingscircuit, model landt met
een soepele glijdende beweging. |